WEGWIJZER:
Beginpagina
Doel
Activiteiten
Ligging
Ligplaatsen
Standplaatsen
Te
koop
Te
huur
prijzen
Ons
adres
Belt Schutsloot
|
B.S.
1904, B.S.
1950, Jeugd herinneringen uit B.S.,
Winterbeeld in B.S.,
Opa,
Horeca in B.S., Watersportbedrijven
in B.S, Andere campings in B.S.,
Andere havens in B.S,
Wat
is er te huur in B.S.
In dit verhaal
beschrijft een journalist de bevolking van Belt schutsloot
in 1904. (Tekst van een krantenartikel uit 30-1-1904)
-De Belt-
dat is 'n gehucht, of wel 'n buurtschap op 'n uur afstands van
hier gelegen (Meppel) en behoorende onder de gemeente
Wanneperveen. De menschen daar heeten boeren, ofschoon ze 't in
den gewone zin des woords slechts bij "uitzondering"
zijn; 't zijn turfmakers, rietsnijders en visschers en toch is het
woord boer niet ongepast, wijl het de betekenis heeft van
buurtgenoot. Die "Beltiger Boer" nu is in velerlei
opzicht 'n eigenaardig mens. Hij is gehecht aan zijn grond,
of liever ; aan zijn water; want de Belt is 'n echt waterland. De
punter is daar het middel van vervoer en verkeer. De jeugd puntert
er naar school, de jongelui punteren er naar de herberg en het
spinnemaal, men puntert er naar visites en naar de kerk, men kan
er noch naartoe, noch vandaan zonder punter. In den punter is hij
in zijn element, in den punter verdwaalt hij nooit; als hij zijn
punter bereikt heeft, komt hij vast en zeker terecht, al is hij,
om maar eens wat te noemen, zoo dronken als 'n punter, wat hem in
z'n gewone doen trouwens slechts zelden overkomt.
De punter is
z'n onafscheidelijkste en onvermijdelijkste, z'n onmisbaarste en
onbetwisbaarste, z'n geschikste en gewikste, z'n noodigste en
minoverboodigste, z'n beste en z'n leste bezit. Hij bemint z'n
punter, als de arabier z'n paard. Met z'n punter verdient hij z'n
brood; in den punter vaart hij ten doop, hij vaart ter bruiloft,
hij vaart ten grave!. De vrijheid zit hem in 't bloed. Op zijn
gebied is hij heer en meester: daar gaat niets vanaf. Zijn gehucht
is zijn moresnest, waar hij zich souverein gevoelt en geen
inmenging van vreemden duldt. 'T is geen vreemde aan te raden, 'n
vrouw te zoeken in zijn kampong. Het wild op zijn territor
beschouwt hij als eine gute Gabe Gottes, en men zou verkeerd doen,
hem door koddebeiers, jachtopzieners of veldwachters te zeer op
z'n handen te laten kijken. Al zeggen we niet, dat zoo'n emplooi
daar levensgevaarlijk zou zijn, men zou hem bij het eerste
proces-verbaal het beste toch " in de gaten" houden. 'T
zijn immers zijn eendvogels die z'n poelen bewonen en 't zijn zijn
hazen, die zijn gras en zijn kool opvreten!. Aan dit gevoel van
vrijheid paart hij 'n opgeruimd humeur. Als hij uit is, is hij
"uit", en hij hoeft niet eens zoo heel veel theewater
verwerkt te hebben, of hij geeft z'n welgestemd gemoed lucht in
z'n liederen, die-hier gezegd en gezwegen- niet altijd van de
laatste "mode " zijn. Speenhof kent hij niet. Een liedje
van dezen, op de Amsterdamsche schutters b.v., zou hem anders
lijken:
"O", Wat 'n geschitter!
Wat maken z' een lef
Dat komt van de bitter
En 't plichtbesef".
Zijne
gastvrijheid evenaart zijne vrijheidsliefde en z'n bon humeur. Je
komt waar je wilt, in de kleinste huis ben je welkom en 't "
ga zitten, jo..." is 'n duidelijke uiting zijner
voorkomendheid, die hij met de moedermelk schijnt ingezogen te
hebben. Wat de disch schaft, is tot je dienst en 't zou hem (en
haar) kwalijk aanstaan, zoo ge die gastvrijheid zoudt willen
negeren. Die vriendelijkhied vloeit voort uit z'n aangeboren
goedhartigheid, 'n soort altruisme, als meer wordt aangetroffen
bij afgezonderde volksstammen. En hebt ge er den slag van, hem
door boertigen kout wat op te vrolijken, dan gaat ge uit als 'n
braafbeste kerel. Te Zwartsluis is hij meer en beter bekend, dan
in de kom zijner eigen gemeente. Wat hij noodig heeft, koopt hij
daar, en wat hij te missen heeft, tracht hij daar aan de man te
brengen. Daar woont z'n bakker, z'n smid, z'n schoen- en
kleermaker, z'n schilder enz, daar vraagt hij verloskundige en als
er geen "eigen dokter" is, geneeskundige hulp. Wat hij
defect, of in 't ongereede heeft, wordt daar hersteld en om 'n
kleinigheid puntert hij 'n gaank naar Zwartsluis. Geen wonder, dat
hij er eenmaal toe gekomen is, de souvereiniteit over zijn
grondgebied aan onze vroedschap op te dragen, wat dezen echter met
beleefden dank van de hand meende te moeten wijzen. Om hier te
komen, heeft hij in 't zachte seizoen het water en in den winter
het ijs noodig, d.w.z. dat hij er per punter of per schaats heen
moet voor z'n volstrekt noodzakelijke besongnes en dit verklaart
en verzacht in niet geringe mate het ongehoorde feit, hetwelk wij
hier hebben te vermelden.
Dit
goedaardig volkje heeft zich n.l. dezer dagen schuldig gemaakt aan
misdadige woeling en verzet tegen de openbare macht. Ziehier de
zaak:
Zondag liep de
vrachtboot Willem 111 van Zwolle op Sneek de haven binnen van de
Arembergergracht, om langs deze z'n weg naar Friesland te
vervolgen. Daartoe moest ze het ijs in dit vaarwater stuk slaan,
waardoor den Beltigers hun weg naar Zwartsluis vernield werd.
Onder de rook hunner buurtschap gekomen, werd de kaptein verzocht
terug te keeren en toen deze niet geneigd was aan dat
verzoek te voldoen, werd hij zoodanig met allerlei projectielen
bestookt, dat hij bon gre mal gre, genoodzaakt was, den terug
tocht aan te nemen. Hiermee was echter de zaak niet uit: De
kaptein riep de gewapende macht ten hulp en met drie
marechaussees, waaronder 'n majoor-commandant, en onzen
rijkswachter aan boord beproefde hij Maandag opnieuw den tocht. De
bevolking kwam weer op den been en , wel begrijpende, dat hunne
projectielen het tegen de andere zouden moeten afleggen, plaatsten
mannen en vrouwen zich op het ijs voor de boot, brachten den
gezagvoerder onder 't oog dat hij er "vaker" langs
moest en als hij niet terug keren wou hij hen dan maar te water
moest varen. Daar was op dat ogenblik wijsheid noodig- en deze
bleek de majoor-commandant te bezitten. Met lofwaardige kalmte en
beleid wist hij de zaak tot een goed einde te brengen, de boot
keerde terug en een der marechausees werd zelfs door de boeren,
die elk watertje daar kennen, op schaatsen naar Vollenhove
gebracht.
|